sexta-feira, dezembro 04, 2015

Jaarlijst 2015

1. Kamasi Washington - The Epic.
Als een jazzplaat opduikt in lijstjes van rockliefhebbers, dan is er iets bijzonders aan de hand. En dat is in dit geval ook zo. Een triple album (!), gevuld met jazz die alle hoeken verkend, van free tot soul. Maar bovenal wonderschoon, intelligent, inventief en k n e t t e r g o e d geblazen wordt. Een plaat om in te duiken, en nog 's, en nog 's.

2. Father John Misty - I Love You, Honeybear
Hij bleek live, en in de kleedkamer tijdens een interview, minstens zo grappig, ongrijpbaar en muzikaal als op dit schitterende album. Nostalgisch, maar wel van nu. Vooral in de eerste helft van dit jaar veel gedraaid.

3. Olafur Arnalds & Alice Sara Ott - The Chopin Project
Ons favoriete chill-out album van het jaar. Chopin verherbouwd, met even rustgevend als indrukwekkend resultaat.

4. Feu! Chatterton - Ici le jour
Franse band die het hart-op-de-tong van het klassieke chanson koppelt aan het ingetogene van Tindersticks en het uitgelatene van dEUS. Zeer welkome trap tegen de kont van het Franse rock. Waar dit jaar tamelijk weinig te halen viel, helaas.

5. Unknown Mortal Orchestra - Multi-Love
Psych-funk zoals Norman Whitfield het ooit bedoelde, maar dan eigen.

6. Kendrick Lamar - How to Pimp a Butterfly
Rap en ik, we zijn een beetje uit elkaar gegroeid. Ooit, in de nineties, vonden we elkaar hartstikke leuk, met de jazzrap van Gang Starr, Tribe, De La, etc. Die rijke tijden komen terug in herinnering dankzij Kendrick, die wmb het What's Going On voor de jaren nu gemaakt heeft.

7. Fridolijn - Catching Currents
Als Nick Drake een bevallige jonge vrouw was geweest die anno nu had geleefd, had ze een plaat gemaakt zoals Fridolijn dat nu heeft gedaan.

8. Kapok - Glass to sand
Hollandse-heldenjazz, van het type 'Zet dat af!' tot 'Zet dat harder en kom dansen!'

9. Janne Schra - Ponzo
Ik ben niet bestand tegen de charme van Janne. And I love it.

10. Nathalie Prass - Nathalie Prass
Ik bleek ook niet bestand tegen de charme van Nathalie Prass. Heerlijk hoor.

quinta-feira, dezembro 04, 2014

Jaarlijstje 2014

1. Typhoon – Lobi da Basi. Zullen we Ty dan maar de Luc de Vos van de Nederlandse hiphop noemen? Man zonder vijanden, man met wie je al na vijf minuten een deep, meaningful relation wil aangaan, man die durft te twijfelen, die niet bang is voor romantiek en die begiftigd is met Het Woord. Geen plaat zo vaak gedraaid als deze, geen plaat waar ik voorlopig op uitgeluisterd ben.

2. Salomé LeClerc – 27 fois l’aurore. Canada, oh Canada, wat heb je toch een diep meer aan Franstalig talent en wat heb ik daar ook dit jaar weer mooie dingen uit opgevist. Zoals det weede plaat van Salomé, die de claustrofobie van Joy Division aan de warmte van Vanessa Paradis koppelt, die maakt wat Kraftwerk, Chris Isaak en Francoise Hardy zouden maken als ze stuck in an elevator hadden gezeten.

3. Jungle By Night – The Hunt. Het kan alleen maar beter, dat lijkt het motto van Onze Jongens. Als hun beats en broeierigheid ook 8-jarige jongetjes die vooral willen meezingen met Kinderen voor Kinderen weten te beroeren, ik heb het meegemaakt, dan ziet de toekomst er zonnig uit. Live was, en is het altijd een feest om ze te zien.

4. Silk Rhodes – s/t. Waaide eind dit jaar zomaar ineens aan, brok insmeersoul zoals Prince het niet meer maakt, maar Theo Parrish is ook nooit ver weg. Retro as fuck? Ja, en?

5. Marie Warnant – Nyxtape. Deze had ik even gemist, uitgebracht in april maar pas onlangs op de radar. Het Waalse krullenmeisje gooit het roer om, weg is de zoete rock, hallo Afrikaans-Caraibische no wave. Denk Allez Allez, denk Anna Domino. Arty, omdat het kan. Dansbaar, omdat het zo lekker is.

6. The Honey Trees – Bright Fire. Ik weet niet of The Civil Wars ooit nog een album gaan maken dat zo mooi is als hun debuut. Ik denk het niet. Maar tot die tijd vermaken we ons gewoon met The Honey Trees, althans, ik wel.

7. Dans Dans – 3. Gi-taar-muuu-ziek! En dan instrumentaal. En dan bloedspannend. En dan uit Belgie. Dus dat.

8. Adnan Joubran – Borders Behind. Ik ben mijn vriendinnetje heul erg dankbaar dat ze me heeft laten kennismaken met Trio Joubran, Palestijnen die bloedmooie instrumentale muziek maken waarin, zo heb ik me laten vertellen, de hele Arabische geschiedenis voorbij komt. Adnan is lid van het Trio en rekt de grenzen op zijn soloplaat een stuk op, met invloeden van India tot Sevilla. Mooi mooi mooi.

9. Stephanie Lapointe – Les amours paralleles. Gek genoeg ineens van Spotify verdwenen, dit aan de tederheid van de mooiste Francoise Hardy-liedjes refererende album van alweer een Frans-Canadees talent. Muziek als een wollen trui om je tranen mee te deppen.

10. Spoon – They want my soul. Indie-gitaarmuziek en ik, net als we elkaar definitief gedag willen zeggen komt er een plaat voorbij waardoor we toch weer even van elkaar gaan houden. Zeker als een flinke scheut blauwe-ogensoul aan wordt toegevoegd, zoals door Spoon. Do You? Nou en of.

segunda-feira, dezembro 01, 2014

Dag Luc

Luc de Vos is dood. Ik wilde daar graag iets over schrijven.

Gorki speelde, in Uden. We gingen naar alle shows van Luc de Vos en zijn band binnen een straal van 100 kilometer, zoveel waren het er niet in Nederland dus je moest meepakken wat je pakken kon. ‘Sjaauws’ zeiden we een tijdje, in plaats van shows, want zo sprak Luc het ook uit, in ‘We zijn zo jong’.

Het was de dag voor mijn verjaardag, we hadden gastenlijstplekken geregeld via de manager van Gorki, en ik had gevraagd of de band ‘Lang zullen ze leven’ wilde spelen. Gorki heeft een nummer dat zo heet. Luc de Vos kon als geen ander kroegpraat, tegelwijsheden, persoonlijke filosofie’tjes en diepe melancholie tot een songtekst smeden, dus ‘Lang zullen ze leven’ is geen opvallende songtitel in het repertoire van de band. Ja, ze speelden het die avond. Ik zong mee, glimmend. Achteraf zei de manager dat het gewoon op de speellijst had gestaan voor die show. Dat was een kleine knauw. Gorki was een speciale band, waar maar een paar honderd mensen in Nederland van hadden gehoord. Zo’n band die je voor jezelf wilde houden, als ze je favoriete liedje speelden, deed de band dat voor jou alleen. En als ze het niet speelden, dan moest je huilen. Ik heb het gedaan, ik heb het gezien.
Wie Gorki ook mooi vond, die moest wel deugen. Dat mag op twee manieren worden uitgelegd: je introduceerde Gorki niet zomaar aan iedereen. En als je er achter kwam dat iemand ook fan was van Gorki, was het automatisch een vriend. Van Gorki vond je nooit zomaar een paar liedjes ‘wel tof’, nee, als Luc je eenmaal had gegrepen, dan zaten hij en zijn band voor altijd in je hart.

De Belgische singer-songwriter Patrick Riguelle schreef vanmorgen in de krant De Standaard: ‘Elk concert dat ik met Vos (met of zonder Gorki) heb mogen samenspelen, was een goed concert, ook als het niet goed was. Elke noot die Vos op zijn gitaar heeft gespeeld, staat in mijn geheugen gegrift en heb ik in mijn hart gesloten. Elke grap van Vos brengt mij zelfs nu aan ’t lachen, tussen de tranen door. Elke mens die Vos ooit heeft ontmoet is door die ontmoeting een beter mens geworden. Ik heb het met mijn eigen ogen zien gebeuren.’

‘Vos’ is Luc de Vos, dat mag duidelijk zijn. Vanmorgen, nadat ik een oceaan aan reacties op zijn plotselinge dood had gelezen, nadat ik alle IM’s in alle kranten had gelezen, viel me ineens in wat Luc zo bijzonder maakte. Hij was de eeuwige underdog, ook al schreef hij een onbetwiste klassieker als ‘Mia’. Hij was een anti-held, die zich tijdens concerten gretig liet toejuichen, die je als fan ook wilde toejuichen. Hij had niet het charisma van, zeg, een Tom Barman. Het onbehouwen boerse voorkomen, die eeuwig ongeschoren kin, de schonkige manier van bewegen, die beperkte, rasperige stem, je snapt dat ‘meisjes zonder schaamhaar’ (Luc’s kwalificatie van Bløf-fans, nadat ze ooit onsuccesvol het voorprogramma van de Zeeuwen hadden gedaan) niet zijn poster boven hun bed hingen.
Maar de anti-ster was dankzij dat voorkomen ook direct ontwapenend. Dat moet die oceaan aan warme reacties en gevoelens verklaren die na zijn dood loskwam. Voor iedereen was Luc een mascotte. Iemand die jouw tienerverdrietjes op muziek had gezet, die gekke zinnen in zijn liedjes stopte waar je ook na twintig keer om móest lachen: ‘Molly, toen je me pijpte, was ik eigenlijk niet gelukkig,’ ‘Red mijn ziel vooral, maar ook mijn mooie lichaam.’
Zinnen die tegelijk de tragi-komische kwaliteiten van Luc illustreren. Niet alle albums van Gorki zijn goudgerand, maar je wist zeker dat er op elke plaat minstens vier, vijf van dat soort zinnetjes zouden staan. Soms was alleen de titel al genoeg: ‘Jonge ondernemers’, ‘De olifant is grijs’, ‘Mijn bed was groot en zwaar’. Ik heb Luc nooit willen interviewen. Hoewel hij de vleesgeworden benaderbaarheid was, wilde ik afstand bewaren. Ik kende zijn biografie, hij was een nakomertje in een West-Vlaams arbeidersgezin, hij had zijn vader op jonge leeftijd verloren, was op kostschool geweest en had naar eigen zeggen tien jaar lang niets uitgevoerd bij zijn moeder thuis. Hooguit wat masturberen. Totdat zijn talent, waarvan hij wist dat hij het bezat, gerijpt was, en hij met Gorky (later werd de –y en een –i) de Nederlandstalige rock vanaf 1990 voorgoed zou veranderen. Dat was het jaar waarin Gorky brons haalde bij Humo’s Rock Rally, de Vlaamse variant op de Grote Prijs van Nederland, en de band en De Vos continu platen hebben gemaakt en hebben getourd.

Ik wilde daarnet ‘Vlaamstalige rock’ schrijven. De Vos gebruikte veel Vlaamse woorden en zinswendingen, wat ertoe kan hebben bijgedragen dat het succes van Gorki in Nederland beperkt is gebleven. Misschien lag het aan de uitstraling van De Vos. Hij was een beetje een rare, ongrijpbaar, iemand die dingen zag die jij niet zag, die links legde waar jij nooit opgekomen zou zijn. Net als Spinvis. Je zou Rick de Leeuw of Thé Lau misschien eerder verwachten als Nederlandse evenknieën (en net als Spinvis hoger gewaardeerd in België dan in eigen land), want Spinvis’ muziek ligt langs een andere afslag dan die van Gorki, maar qua statuur zijn Erik en Luc wel te vergelijken. Spinvis koester je ook, wie Spinvis waardeert, moet wel deugen.

Ik heb nog niets geschreven over de band, Luc heeft veel begeleiders gehad. De langharige bassist Erik van Biesen en toetsenist Luc Heyvaerts stonden hem het langst bij, en zijn minstens zo bepalend voor het Gorki-geluid als Luc. Gorki maakte rock, waar op sommige albums wat productionele trucs aan waren toegevoegd om het ‘urgenter’ te laten klinken, zoals op het meesterwerk ‘Ik ben aanwezig’.
Gorki was nooit hip, maar klonk ook nooit achterhaald. Hoewel ik laatste single ‘Ninja’ (met een glansrol voor Luc’s zoon Bruno in de clip) vanwege de elektronische bodem niet het eeuwige leven durf te geven, is het tekstueel vanwege alle tienerfrustratiereferenties wel ‘vintage’ Gorki.

Gorki, en Luc, waren goed ook al waren ze niet goed, om Patrick Riguelle nog eens aan te halen. Wie dat begreep, had een rijker leven. Ook als is De Vos dood, het is nog niet te laat om daar achter te komen. Om ‘Punk is dood’ te parafraseren: ‘Luc is dood, maar wij leven nog.’

quarta-feira, outubro 29, 2014

Anouk interview Nwe Revu

Uit den ouden doosch, een interview met Anouk voor Nieuwe Revu (2009):


Nieuwe plaat, nieuw geluid, nieuwe band, nieuwe vriend. Anouk verbrand haar schepen, en kijkt vooruit: ‘Ik dacht, ik kap ermee!’


Eerst maar even de hoes van For Bitter or Worse. Wie kwam met het idee?
‘Samen met de fotograaf bedacht. Hij wilde wel eens wat heftigs doen. Het resultaat is nogal shocking, en dat is prima. Je moet tegenwoordig wel een beetje opvallen in de platenwinkel. Dat als je het ziet, je de aandang voelt om zoiets toch maar eens even te gaan luisteren.’
Je zou ook kunnen denken: die heeft het letterlijk voor de kiezen gehad in haar vorige relatie.
‘Nee, zo was het niet. Het idee achter de foto is dat je in je leven de nodige klappen oploopt, maar dat de gevolgen daarvan meestal niet aan de buitenkant zichtbaar zijn. Ik heb in mijn leven heel wat geïncasseerd. Maar ben toch strijdlustig gebleven. Dat is wat de foto uitstraalt.’
Wat vind Remon Stotijn, je vorige partner en vader van je drie kinderen, van de hoes?
‘Hij heeft ‘m nog niet gezien.’
Hoe zal hij reageren? ‘Geen flauw idee.’
Denk je niet dat het negatief op hem kan afstralen?
‘Ik zou niet weten waarom. Zo heb ik er eigenlijk nog helemaal niet naar gekeken.’
Is For Bitter or Worse de Anouk en Remons officiële echtscheidingsplaat?
‘Ik kan niet ontkennen dat veel teksten van de liedjes erover gaan. Maar niet alles.’
Dat klopt, er worden geen namen genoemd, er vallen geen harde woorden. Doe je dat vanwege je kinderen?
‘Ja. Ik wil niet dat ze dingen verkeerd opvatten. Ik zal nooit kwaad spreken over hun vader. Of zingen. Dat heeft zo weinig zin. Ik wil niet dat zij daar ongelukkig van worden. Het is ook zo egoïstisch. Dat doe je gewoon niet.’
Van Remon, alias Postman, komt ook een nieuwe plaat uit, binnenkort. Waar zouden zijn nummers over gaan?
‘Ik zou het niet weten. Ik ben vooral blij over mijn eigen plaat, eigenlijk.’

Het is bij een interview met Anouk heel snel heel duidelijk waar ze wel, en waar ze niet over wil uitwijden. Zoals haar producer Tore Johansson zei: 'Tijdens de opnames was Anouk heel beslist: Oh, I love this. Or: Oh no, I hate this. En daar bleef ze ook bij.’
Anouk nam For Bitter or worse op in het Zweedse Malmö, in de Bubble-studio van Tore Johannsson die de plaat met sessiemuzikanten ook volspeelde. Johansson werkte eerder met The Cardigans, Franz Ferdinand en Nicole Atkins. Anouk: ‘Eigenlijk wilde ik met Tore al Who’s Your Mama opnemen, maar vier jaar geleden lukte dat nog niet. Hij wilde iets anders dan ik, minder mainstream. Nu was ik daar wel klaar voor.’ For Bitter or Worse is de meest soulvolle (en beste) plaat die Anouk ooit opnam. Volgens Johannsson duurde het even voordat hij en Anouk een ‘werkbaar kader’ hadden gevonden.
Johansson: ‘Ze heeft een geweldige stem, daar val ik vaak voor. En ze was de tweede keer dat ze aanklopte, bereid om iets anders te gaan doen. Ik vond het wel een uitdaging. Het ging pas echt gesmeerd lopen toen ze me een email stuurde waarin ze schreef dat ze I’ve Been Loving You van Otis Redding zo’n mooi nummer vond. Dat heb ik geïnterpreteerd als: Ik wil een plaat maken die zo klinkt. Dat bleek niet helemaal te kloppen, maar toen ik haar wat proefopnames had gestuurd zaten we daarna wel gelijk op het goede spoor.’

Ik ben een dagje in Malmö geweest voor een interview met Tore. Zijn studio zag er, eh, ietwat anders uit dan het witte glimkasteel waar je de vorige cd hebt gemaakt.
‘Tore kwam me halen in zijn afgeragde Volvo en de hele stad wist dat we er waren, want zijn uitlaat maakte een ongelofelijke herrie. Ik moest met mijn knieën in mijn nek op de achterbank zitten, omdat het vuil zo hoog stond. In de studio waren geen schone koffiemokken. En toen ik het toilet zag, zei ik: het is zo te zien héél lang geleden dat jullie hier vrouwen hebben ontvangen. Nou, de volgende keer hadden ze álles spiegelend schoon geboend, haha!’
Je hebt vaak gezegd dat je niet tot je 50ste Nobody’s Wife wil zingen. Heeft het andere, meer soulvolle geluid ook daar mee te maken?
‘Ik zag de laatste show van Madonna, waar ze opkomt in een heel klein broekje en met staartjes in. Oh my god, dacht ik, dat is toch erg? Dat je op je vijftigste zoiets nog moet doen? Ik wil niet hoeven concurreren met 18-jarigen. Ik wil dat mijn muziek volwassener wordt, maar dat iedereen het nog wel een beetje kan volgen. Zonder me met hen te willen vergelijken, maar neem nou Tom Waits, of k.d. lang. Dat zijn artiesten die geen hits hebben, daar ook niet naar streven, en zich niet in de sportschool staan op te pompen. Maar wel credible zijn. En eens in de zoveel tijd een plaat maken, en optredens doen. Die in no time zijn uitverkocht. Dat heeft toch meer mijn voorkeur dan ‘ik moet een hit!’’
Een terugkerend thema op ál je platen is de verontschuldiging. De eerste zin van je eerste hit, Nobody’s Wife, begint nota ben met I’m Sorry. Kun je het wel zingen, maar niet zeggen?
‘Ik kan het wel, en ik doe het ook wel, maar het is wel heel moeilijk. Ik bijt liever mijn lip kapot. Daarom doe ik het vaak in een nummer. En ik weet zeker dat degene voor wie het bedoeld is, het oppikt. Maar ik werk eraan om het ook te kunnen zeggen, echt. Het heeft met angst te maken, angst om fouten te maken. Ik ben iemand die graag heel goed is in alles. Maar van sommige dingen heb ik gewoon geen kaas gevreten. Al kan ik heel overtuigend doen alsof dat niet zo is. Ik kom mensen tegen die het toch echt beter weten, en dat annoys the hell out of me. Ze hebben me door!, denk ik dan. Dat zijn dingen… ik moet daar aan werken. Want het blokkeert zó veel. Vooral goede dingen.’
Je kunt heel rigoureus zijn. Recent gooide je na het concert in het Westerpark je halve band op straat.
‘Dat had ermee te maken dat mijn nieuwe plaat zo’n ander geluid heeft, dat ik met die jongens tien, twaalf keer per maand het oefenhok in moest om de nummers er goed in te krijgen. Daar heb ik de tijd niet voor. Dat is met oppas en dergelijke gewoon niet te regelen.’
Afscheid van bandleden gaat bij jou doorgaans niet na een goed, lang gesprek waarin alle voors en tegens uitgebreid worden afgewogen.
‘Ik ben heel ongeduldig. En ik neem zulke grote stappen, dat ik vergeet om te kijken of mensen me wel kunnen volgen. Ik weet dat juist dat ervoor zorgt dat het lastig is om een goed fundament te kunnen bouwen. En nogmaals, dat het me weerhoudt van leuke dingen. Kijk, ik wil niemand bewust op hun ziel trappen. Ik ben geen slecht mens. Maar wel heel impulsief. Ik neem vaak niet de tijd om iemands verhaal te leren kennen. Om zo te begrijpen, aha, dáárom reageert-ie zo.’
Lastig lijkt me dat, in een relatie.
‘Jaaa! Maar dat wil ik dus niet!’
Therapie?
‘Heb ik gehad, vroeger. Maar toen móest ik, dus dat werd niks. Nu zou het wel goed zijn. Maar ik durf niet. Ik vertrouw zo’n therapeut niet, dat hij of zij toch niet in de verleiding komt om na een sessie met mij tegen kennissen in de kroeg te zeggen: wat ik vanmiddag toch te horen kreeg, joh!’
‘Dox’ staat er op je hand, een tatoeage die verwijst naar Unorthadox, de rapper waar je sinds een paar maanden een relatie mee hebt. Laat je die tattoo zetten in een impuls?
‘Nee joh, daar heb ik wel over nagedacht. En nee, hij heeft geen tatoeage met mijn naam. Dat verwacht ik ook niet. Het is een statement, ik wil laten zien dat hij bij mij hoort.’
In de Weekend stond een stukje met de kop: ‘Dit is de nieuwe stiefvader van de kinderen van Anouk.’
‘Laat zien!’ (Lacht:) ‘Ooo, ze zijn horrible! Mag ik dit houden? Ze hebben wel een leuke foto gebruikt.’
Waar kennen jullie elkaar van?
‘Van de opnames van de clip voor Michel. Toen was er… ik kan het niet goed uitleggen. Het was geen liefde op het eerste gezicht, het was niet dat ik voelde dat we soulmates waren. Het was nog heftiger dan dat. Maar hij was nog 17 jaar of zo, en ik 24.’
Je was nog strafbaar.
(Lacht:) ‘Jahaa! Nee, het was meer dat ik voelde dat het niet ging gebeuren. Het leeftijdsverschill was te groot, je zit dan in zo’n andere levensfase. Ik voelde dat het niet goed kon gaan. Daarna hebben we elkaar nooit meer gezien. Toen het over was met Remon, heb ik contact gezocht via Myspace. En zijn nummer achterhaald. Een sms gestuurd: Ik zou het leuk vinden om je weer te zien, ik weet niet waar je nu staat in je leven, maar als je het leuk vind, bel me. Maandenlang niets op gehoord. En toen belde hij.’
En toen had je vast de blik in je ogen die je nu hebt. Even terug naar wat je eerder zei: je wilt niet meer concurreren met 18-jarigen. Wie zaagt er momenteel aan je stoelpoten?
‘Tja. Zeg jij het maar. Er is in Nederland nu niet iemand waarvan ik steil achteroversla. Waar ik graag een liedje voor zou willen schrijven, bijvoorbeeld.’
In Nederland moet je als nieuwe artiest eerst door Gordon, Patricia Paay of Henkjan Smits beoordeeld worden op tv.
‘Zó jammer is dat. Dan is er een talent, killen ze het gelijk met verkeerde songs en een slechte productie. In het buitenland is dat vaker anders. Laatst kreeg ik een filmpje doorgestuurd van een Engels meisje…(pakt laptop)… daar ging ik van flippen jongen! Toen ik dat zag, dacht ik: mijn tijd zit erop! Ik kap ermee. Die trok een scheur open! Hier: Jessie Cornish. Kijk dan! Ongelooflijke he?!’
Denk jij weleens stiekem aan een pensioendatum?
‘Niet echt. Ik wil nog wel heel lang platen blijven maken. Dat vind ik eigenlijk het leukst. Optreden, het is niet dat ik er geen zin meer in heb, want in België hebben we onlangs met de nieuwe band echt de pannen van het dak gerockt. Maar ik heb niet zoveel zin meer om lang en vaak weg te zijn van huis. Ik leid toch twee levens, met de kinderen en op het podium. En die staan ver van elkaar af.’
De laatste keer dat ik je live zag, op Pinkpop, stond je niet bepaald met tegenzin te spelen.
‘Nee, maar toen moest het er ook echt even uit. Als ik dat gevoel kan vasthouden, dan vind ik het wel leuk. Het mag ook wat intiemer, niet alleen maar grote festivals en grote zalen. Weet je wat het is, ik wil niet dat mensen gaan denken: daar heb je haar weer. Je maakt toch de hele tijd hetzelfde rondje langs zalen en festivals in Nederland en België.’
Je had wel een eigen vakje in de cd-zaak in Malmö.
‘Als je in Scandinavië echt aan de bak wilt, moet je een goeie hit op de radio hebben. Daar moet dan aan gewerkt worden. Weer terug naar kleine zaaltjes, met een geluidsinstallatie waarvan je twijfelt of je ermee moet bellen of over moet spelen, daar wil ik niet meer naar terug. Sorry, maar daarvoor ben ik te verwend.’
Je hebt het twee keer in Amerika geprobeerd. Waarom ging het de tweede keer eigenlijk mis?
‘Ik merkte aan mezelf dat ik toch niet geschikt ben om gezellig te doen tijdens ontbijtjes met mensen uit de muziekindustrie, of tijdens lunches met damesbladen. En als je in Amerika wat wil voorstellen, dan moet je die toneelstukjes wel meespelen.’
Je bent alweer bezig met een nieuwe plaat. Die volgens Tore Johannson nog veel verder gaat dan For Bitter or Worse. Zou je daar nu niet liever aan werken?

‘Dat wordt héél goed. Maar dat kost tijd. Want we zeggen nu wel dat het heel kaal en intiem gaat worden. Maar met Tore weet je het nooit. Die kan op een dag zomaar een symfonieorkest binnenrollen.’

sexta-feira, abril 04, 2014

Pharrell

Uit den ouden doosch, mijn interview met Pharrell Williams, voorafgaand aan de release van het derde N*E*R*D-album. Samen met het interview met Daft Punk een van de beroerdst lopende gesprekken die ik ooit had. Maar je kunt er nog best leuk over schrijven:
<
‘Ik ben zo moe man, zoooo moe…’

Een poging tot interview met Pharrell Williams

Het feestje was leuk en duurde de hele nacht. De volgende ochtend zat er echter een peloton journalisten klaar om Pharrell Williams aan de tand te voelen over de nieuwe N*E*R*D-plaat. “Hé, houd eens op met dat gesnurk!”

God, wat was het leuk geweest gisteren. Modeshow van Versace. Donatella was nog naar me toegekomen, had me gekust met die rare lippen van d’r. Naar de kleding heb ik eigenlijk niet zo gekeken, wel naar de meisjes die de weinig verhullende jurkjes droegen. Shiiieeet, ’t was net of ik weer op de set van de Change Clothes-videoclip zat. Waar modellen als Naomi Campbell met steeds minder aan over de catwalk paradeerden, terwijl vriend Jay-Z en ikzelf net deden of we rapten. Toen had ik ook al iets teveel van de Cristal champagne gedronken.

Vanmorgen dus heel vroeg in het vliegtuig van Parijs naar Londen, omdat daar interviews moesten worden gedaan. Arme Chad Hugo, hij zit al een paar dagen in een studio in Londen om als een idioot de nieuwe plaat van N*E*R*D af te mixen. In maart moet die uitkomen. ’t Is nu eind januari. En ze hebben eigenlijk nog geen idee welke nummers ze gaan gebruiken. Een hele batterij aan gastmuzikanten is langs gekomen, maar de keuze is moeilijk man, zo moeilijk.

Moe. Heel moe. Ogen vallen dicht. De letters in het tijdschrift op de tafel van deze Londense hotelkamer lijken te dansen. Gaap. Flink zijn. Kijk, die Shay. Onze rapper. Ligt gewoon keihard te ronken op de vloer! “Hé, houd eens op met dat gesnurk! Ga naar je kamer.”
Interviews. Soms is het wel leuk, maar eigenlijk is verklaren wat je doet als een goocheltruc vertellen. De mystiek verdwijnt, terwijl muziek iets heel magisch is. Neem een nummer als Celestial Blues van Gary Bartz NTU Troop. Afro-jazz uit de jaren zeventig. Wat een baslijn. Wat een pianospel. Fucks you up, man. Maar geloof maar dat er mensen zijn die he-le-maal niks met dat nummer kunnen.

De volgende journalist. Lange blanke man, beetje een buikje. Uit Nederland ofzo. Of er wel eens Spinal Tap-achtige dingen gebeurd zijn toen we op tour waren met N*E*R*D? Weet ik veel. Nee. ’t Is gewoon hard werken. Heel hard werken (Gaap).
Wat een artiest moet hebben om met ons samen te werken? Je moet het heel graag willen. Er moet iets zijn in je wat ons raakt. De passie moet ervan af spatten, weet je. Veel geld meenemen? Ook. Maar die passie, daar gaat het om, man.
Hoe laat is het nu? Half twaalf? En hoeveel journalisten volgen er nog? Vijf?(Ga-haap) Dat blondje van gisteren, met die ondeugende ogen, mmmm. Hé, weer een vraag. Of ik weet hoeveel geld ik op mijn bankrekening heb? Natuurlijk. Maar ik zeg niet hoeveel. Kinderen lezen dit soort verhalen ook, weet je. Het leidt zo af van de muziek. De muziek is waar het om draait, man. Het…eeh…hé, dat ligt best lekker zo, met mijn hoofd op dat tijdschrift.

Wat zit die jongen nou te lachen? Ziet ik er grappig uit, met die langzaam dichtvallende ogen? Oh. Okay. Hé, ik voel me rot man, dat ik de hele nacht heb doorgefeest. Ik ben zo moe, ik weet niet waar ik het zoeken moet. Huh, wat? Michael Jackson? Ja, die heeft mij eens geïnterviewd voor een Engels blad. Heel veel respect, man. Nee, ik heb geen mening over de rechtszaak. Volg ik niet. Echt niet. Nee, ik kijk geen nieuwsuitzendingen op tv. Ik heb geleerd me verre te houden van dit soort zaken.

Mmmmm…moet ik mijn ketting misschien even afdoen – is wel een beetje zwaar om mijn nek. Oh, nog een vraag. Over de nieuwe plaat. Ja, die wordt goed. Echt heel goed. Heel kleurrijk. Er zijn zoveel kleuren man, zoveel mooie kleuren. Zo levendig. De nieuwe plaat is als een rit in een achtbaan. Je geest gaat alle kanten op. Veel verrassingen. Enige wat de luisteraar moet doen is zijn geest openstellen. Snap je wat ik bedoel?
Hoe lang zijn we bezig? Kunnen we er nu mee ophouden? Mooi. Hé, bedankt man, voor je interesse. Sorry dat ik zo moe ben. Nee, je hebt me niet verveeld. Echt.

Tom Barman

Ik las deze week het boek Dieven van Vuur van Ivo Victoria, dat zich voor een deel afspeelt in het Antwerpen van 1994, de tijd waarin dEUS opkwam. Een prachtig boek (dat trouwens niet gaat over dEUS of Tom Barman, dat is maar 'couleur locale'), dat me deed denken aan een van de interviews die ik met Tom Barman heb gemaakt, voor Nieuwe Revu. Ik bleek het nog bewaard te hebben:

De yes!-momenten van regisseur Tom Barman

Anyway the Wind Blows heet de eerste speelfilm van dEUS-zanger Tom Barman, die maart volgend jaar in de bioscoop te zien moet zijn. Revu was een dag bij de opnames in Antwerpen. “Ik heb paniekaanvallen gehad, maar ook euforische momenten.”

De man-met-fiets, zoals hij op de aftiteling genoemd zal worden, kijkt opzij. Zoals hij dat volgens het script moet. Dan: blik op blik. Glasgerinkel. Iemand die hard “Cut!” roept. Of iets wat erop lijkt.
De cameraman blikt verbaasd naar links. Stond dit ook in het script? Nee, zo blijkt als Tom Barman, zanger en gitarist van dEUS maar ook regisseur van de film die vandaag aan draaidag zes toe is, al even verbaasd naar de kop-staart botsing voor hem kijkt.
Filmopnames in Antwerpen, het is geen alledaags tafereel, vandaar dat de chauffeur van de achterste auto zowat uit het raam hing om de camera en de acteurs eens goed te bekijken. En daardoor niet zag dat de wagen voor hem afremde voor een zebrapad. De scène met de man-met-fiets moet over. “We gaan het misschien in de film verwerken”, peinst Barman. Toeval en spontaniteit zijn twee belangrijke ingrediënten van Anyway The Wind Blows. Voorbijwandelende oudjes met filmgenieke hoofden wordt gevraagd te figureren in de film, toevallige passanten die blijven kijken als twee actrices elkaar in de haren vliegen, komen gewoon op de aftiteling.
Tom: “De film gaat over een dag uit het leven van tien personages, die elkaar soms wel, soms niet kennen. Hun wegen kruisen elkaar, en uiteindelijk komen ze allen samen op een groot feest. Dat feest is de climax van de film, al heeft Anyway The Wind Blows niet echt een pointe of plot. Het is eigenlijk een rijgkoord van kleine gebeurtenisjes die ik zelf heb meegemaakt of waarvan ik heb gehoord.” Acteurs zijn onder meer Dirk Roothooft, Natali Broods en enkele vrienden van Tom zonder acteerervaring. Sommige figuranten, waaronder de man-met-fiets, zijn door Tom hoogstpersoonlijk gescout in cafés die de dEUS-zanger frequenteert.
De filmkenner in u moest bij de omschrijving van Toms film natuurlijk direct denken aan gelijkaardige films als Short Cuts van Robert Altman en Paul Thomas Andersons Magnolia. Tijdens de lunch in een café aan het Antwerpse Theodoor van Ryswyckplein zegt Tom dat niet Short Cuts hem heeft geïnspireerd, “maar wel de verhalen van Raymond Carver, waarop Altman de film baseerde. Verhalen zonder duidelijke lijn, die vaak net iets te lang doorgaan.”
De overeenkomst met Paul Thomas Anderson gaat verder dan de ensemble-film. “Ik ben ruim twee jaar bezig geweest met schrijven en schaven aan deze film. De basis had ik in een half uurtje. Aanvankelijk waren er nog acht personages. Toen ik het scenario aan het uitwerken was, las ik in een Vlaams tijdschrift over de film Magnolia, die over acht personages gaat, die een dag lang worden gevolgd in één stad. Bleek de film gemaakt te zijn door een man wiens Scandinavische vader overleed toen de regisseur 17 jaar was. Mijn vader was een Noor, en is ook overleden toen ik 17 was. ‘Het kan godverdomme niet waar zijn!’, dacht ik bij mezelf. Anderson heeft ook nog in een band gezeten. Eng, hè?”

Nog veel enger vond Tom het schrijven van het scenerio. “Ik heb veel met anderen over deze film gesproken, maar moest uiteindelijk alles alleen doen. Ik kreeg geregeld paniekaanvallen als ik iets teruglas, maar beleefde ook momenten van totale euforie. Het was vooral zaak om dialogen zo naturel mogelijk te houden. Ik houd van versprekingen en herhalingen, die zitten er dan ook volop in.” Waar Tom ook van houdt, zijn “mirakeltjes”. Elke draaidag moeten er liefst een paar gebeuren. Vandaag is het de oude man die met zijn echtgenote voorbij de bushalte in de Nationalestraat schuifelt tijdens een scène met vriendinnen Jesse en Lara, gespeeld door Diane Meersman en Diane de Belder. Het tweetal passeert een scène later de man-met-fiets.

In het bushokje zit al sinds jaar en dag een oude-mannenpop op het bankje. Tom krijgt ineens een ingeving, en vraagt op zijn allercharmanst of de man voor de film wellicht naast de pop wil gaan zitten. De echtgenote schudt resoluut het hoofd, en trekt haar man mee. Even later komt het duo toch terug. Tom, blij: “Ja, hij wil!” Het mannetje heeft er zichtbaar plezier in, en blaast op aangeven van Tom keurig een dikke wolk sigarenrook de camera in. De aangepaste dialoog: Lara, wijzend op de pop: “Kijk, die oude man.” Jesse, terwijl de gelegenheidsacteur in beeld komt: “Die zit er zeker al een paar jaar.” “Geen dijenkletser”, geeft Barman achteraf toe, “maar wel een grappig moment.”

Barman regisseerde totnogtoe vooral videoclips. Van dEUS natuurlijk, maar ook van Axelle Red, The Sands en Arno Hintjens. “Verder heb ik ooit een reclamefilmpje voor Opel Corsa gemaakt. Aanvankelijk wilde ik dat niet doen, maar het reclamebureau bleef aandringen. Toen heb ik gezegd, akkoord, maar dan komt de auto niet veel in beeld. Was geen punt. Ik lever de spot in en wat denk je: afgekeurd omdat de wagen te weinig in beeld was. Ze wilden me ook niet betalen. Ik heb een rechtszaak moeten aanspannen om alsnog mijn centen te krijgen.” Regisseur was niet de eerste carrièrekeuze van de jonge Barman, die aanvankelijk dichter wilde worden (“dat maakte indruk op mijn moeder”), later tolk, nog later journalist en daarna pas regisseur. De filmschool in Brussel maakte hij echter niet af, een carrière als popmuzikant bleek lucratiever. “Om acht uur ’s morgens opstaan, zoals ik tijdens de draaiperiode moet doen, is voor een muzikant als ik enorm wennen. Maar het lukt totnogtoe vrij aardig. Wat me erg tegenvalt is de onzekerheid die aan mij blijft knagen na een take. Staat het er echt wel goed op? Was dit ook de bedoeling? Hadden we niet, zouden we soms, als we nu eens…Gelukkig heb ik ook veel yes!-momenten, waarop de scènes worden gespeeld zoals ik ze vantevoren had bedacht. De manier waarop ik met de acteurs omga is inderdaad losser dan mijn rol binnen dEUS. Ik ben nu diplomatieker.” Zijn longen worden er tijdens de opnames waarschijnlijk ook niet schoner op. “Ik rook inderdaad enorm veel, maar ik moet gewoon iets in mijn handen hebben. De hele crew is bezig, het enige wat ik kan doen is toekijken.”

Laat dit duidelijk zijn, de titel Anyway The Wind Blows is géén verwijzing naar de tekstregel uit Bohemian Rhapsody van Queen, maar naar Antwerpen (Tom: “City of music and wind”), het personage Windman dat in de film voorkomt en naar de losse structuur. Wellicht dat enkele bandleden van dEUS nog een klein cameo-rolletje gaan krijgen, maar muziek van Toms belangrijkste broodwinning is niet in de film te horen. “Wel van Magnus, het techno-jazzproject van de Antwerpse dj/producer CJ Bolland, jazzmuzikant Peter Vermeersch en mezelf. Verder wil ik graag jazzmuziek van Charles Mingus gaan gebruiken. De weduwe van Mingus, die de rechten beheerd, was erg coöperatief toen we een sample wilden gebruiken voor Theme from Turnpike, dus waarschijnlijk gaat het ook voor mijn film wel lukken.”
Druk voelt Tom niet. “Het heeft lang geduurd voordat ik kon beginnen met draaien, wat de verwachting alsmaar groter heeft gemaakt. Het voordeel van de twijfel dat debutanten nog krijgen, is ook vanwege mijn bekendheid via dEUS niet meer mogelijk. De messen van recensenten zullen vast geslepen worden vlak voor de première. Dat heeft me dwars gezeten, maar daar ben ik nu overheen.”

De lunch is gedaan. Buiten stapt de man-met-fiets weer op. Die blik, even opzij kijken, net lang genoeg, die móet nu lukken. Er zijn geen auto’s in de buurt.

segunda-feira, fevereiro 03, 2014

Pearl Jam (Nieuwe Revu, 2002)

Uit den ouden doosch, interview met alle bandleden van Pearl Jam ter promotie van het album Riot Act. Verschenen in Nieuwe Revu, oktober 2002:

Pearl Jam op leven en dood
In de twaalf jaar dat Pearl Jam bestaat, kreeg de band te maken met heel wat drama. Drummerswisselingen, collega-muzikanten die zelfmoord pleegden en fans die voor de ogen van de band werden doodgedrukt. Een andere band had het lot niet langer getart, maar Pearl Jam weet niet van ophouden. Deze week verscheen de nieuwe cd Riot Act.

Stone Gossard, gitarist van Pearl Jam: “In 1994 hebben we Bill Clinton een handje gegeven, toen we tijdens een vrije dag in Washington een rondleiding kregen door het Witte Huis. Alles bijelkaar duurde de ontmoeting misschien vijf minuten. We werden een kamer binnen geleidt, Clinton kwam binnen, begroette ons allemaal, maakte een opmerking over het ijshockey-shirt dat één van ons droeg, er werd een foto genomen, en dat was het. Stel dat we de mogelijkheid hadden om écht met hem te praten, betwijfel ik of hij geïnteresseerd was geweest in onze mening. Wat als ik nu de kans kreeg om Bush te spreken? George is jarenlang getraind om de wereld en Amerika te zien op een manier die voor hem het beste is, daar kan ik weinig tegenin brengen. Ik ben blij dat ik zijn baan niet heb.”
Het is 11 september 2002 en de ochtend in Seattle begint met een lange lijst van slachtoffers. Alle namen van degenen die omkwamen bij de aanslagen op het WTC en het Pentagon, precies een jaar geleden, rollen over het tv-scherm. Alle tv-kanalen hebben hun programmering aangepast aan dit eerbetoon. Later in de middag worden er herdenkingen gehouden in een groot park.

Van een bedrukte sfeer is echter geen sprake in de Pearl Jam-oefenruimte aan Terry Avenue, een loods iets buiten het centrum van Seattle. De persdelegatie doet, in afwachting van de bandleden die zich straks verdeeld over drie ruimtes laten interviewen, een klein popkwisje: herken de attributen in de loods. De gefiguurzaagde letter ARLJAM worden direct herleidt naar de hoes van Ten, debuutplaat en tevens grootste verkoopsucces (tien miljoen stuks) van Pearl Jam uit 1991. De letters P en de A blijken bij zanger Eddie Vedder en Jeff Ament thuis te hangen. Het Yield-verkeersbord aan een muur in de loods is ook een makkie, maar over de roestige kandelaars op podiumdelen wordt driftig gediscussieerd.
De man met de cowboyhoed en het zwarte Ramones-shirt die door nu al een paar keer voorbij is gelopen, wordt niet direct herkend door het journaille. Misschien omdat de typerende donkere lokken ontbreken. Die heeft Eddie Vedder enkele maanden geleden afgeknipt, aanvankelijk voor een heuse mohawk, die inmiddels is gekortwiekt tot een frisse crew-cut.
Het charisma van de zanger is in de vijfentwintig minuten die iedere gesprekspartner zal krijgen, tastbaar. De overige vier Pearl Jam-leden loop je wat gemakkelijker voorbij op straat. Bonkige mannen met korte coupes in gemakkelijke kleding - grungey, zou je tien jaar terug zeggen. Hoewel plaatpromotie duidelijk niet de meest favoriete bezigheid van gitaristen Stone Gossard en Mike McCready, bassist Jeff Ament en (voormalig Soundgarden-)drummer Matt Cameron is, maken ze een ontspannen indruk. Net als de plaat, Riot Act, het zevende album (liveplaten niet meegerekend), waarop de rocknummers hoorbaar met vuur zijn ingespeeld, de geluidsexperimenten (goddank) tot een minimum zijn beperkt en ingetogen nummers als Love Boat Captain er als vanouds uitspringen. Pearl Jam klinkt op Riot Act als een band die tevreden is met de huidige status, zowel artistiek als commercieel. Alle bandleden droegen nummers aan, wat een coherent klinkend geheel bepaald niet in de weg heeft gestaan. Stone Gossard: “Ik denk dat onze experimenteerdrift, die op eerdere platen niet altijd even gelukkig uitpakte, dit keer ten gunste van de nummers hebben ingezet. Rocksongs maken met lekkere riffs en goede melodieën, daarbij voelen we ons het prettigst. En dat hoor je. En nee, we hoeven geen tien miljoen platen meer te verkopen. We zouden ons rotschrikken als dat dit keer zou gebeuren. Daar gáán we weer, zouden we dan denken.”


Pearl Jam overleefde de grunge-hype en ook vrijwel alle Seattle-bands die indertijd, begin jaren negentig, vertegenwoordigers waren van deze rafelige muziekstroming. En niet alleen de bands, ook hun zangers. Kurt Cobain van Nirvana schoot zich in 1994 door het hoofd, Alice in Chains-zanger Layne Staley overleed in april van dit jaar aan een overdosis. Gebeurtenissen die grote indruk maakten op Pearl Jam. Vedder schreef een nummer over Staley, dat echter niet op Riot Act staat. “Daarvoor is het nog te vers”, zegt Gossard. Een ander drama waarmee de band te maken kreeg, speelde zich twee jaar geleden af op het Deense Roskilde-festival.
Love Boat Captain, met de tekstregel “we lost nine friends we’ll never meet”, verwijst naar deze tragedie: voor de ogen van de verbijsterde band negen fans doodgedrukt door een massa in paniek. Daaronder ook een Nederlandse Pearl Jam-fan. Eddie Vedder: “Het moeilijkste voor ons was om de koppeling tussen muziek maken en deze tragedie los te laten. Wat overigens in geen verhouding stond tot het verdriet van de familieleden en vrienden van de mensen die het festival niet overleefden, dat wil ik hier wel even duidelijk stellen. Wat me verder nog helder bij staat van die bewuste dag, is dat ik een half uur vóór ons optreden een telefoontje kreeg van een vriend, die net vader was geworden. Iets wat me erg emotioneerde. Even later werden we geconfronteerd met de dood. In zo’n korte tijd met de levenscyclus worden geconfronteerd…ik voelde me als een stuk ijs onder een warme kraan.”

All you need is love, zingt Eddie in Love Boat Captain. Het klinkt even gemeend als hulpeloos. Vedder, een bedachtzaam en l-a-n-g-z-a-a-m formulerende spreker, gaat er eens goed voor zitten: “Zo voel ik me ook, als ik merk dat ik omringd word door fucking idiots in joekels van auto’s, alleen achter het stuur, met een Amerikaans vlaggetje van 89 cent op de antenne dat is gemaakt in China. Mensen die zich totaal niet bewust zijn van waar de Amerikaanse regering mee bezig is. Bush en consorten boren naar angst, we laten ons als makke schapen in alweer een oorlog leiden. Door types als vice-president Dick Cheney, ooit directeur bij een bedrijf dat vrolijk zaken deed met Saddam Hoessein. Mensen zouden beter geïnformeerd moeten zijn, dan neemt de bereidheid om achter een gunslinging president te staan gegarandeerd af.”
Die informatie wordt onder meer verstrekt in Manual for Free Living, het Pearl Jam-fanzine waarvoor niet alleen Vedder, maar ook liberale denkers als Noam Chomsky, documentairemaker Michael Moore en Ralph Nader, de door Vedder hartstochtelijk gesteunde presidentskandidaat voor The Green Party, bijdrages leverden. Op Riot Act doet Vedder een extra duit in het zakje door middel van het nummer Bu$hleaguer, waarin de huidige president wordt toegebeten: “He’s not a leader, he’s a Texas leaguer”.
“Ik ben ervan overtuigd dat George W. Bush niet alleen de belangen van de slachtoffers in zijn achterhoofd had, toen hij Ground Zero bezocht. Hij probeerde tegelijkertijd ook de grip van Amerika op de wereldpolitiek en –economie te herstellen.”

Vedder is, samen met Jeff Ament, de meest politiek geëngageerde onder de Pearl Jam-leden. Mike McCready over de aanslagen van 11 september: “Ik heb zo snel mogelijk geprobeerd de vreselijke beelden van me af te zetten. Het beste is om na zo’n tragedie het leven weer snel op te pakken, doen waar je goed in bent. Ik sta niet snel met een grote vlag te zwaaien, maar ik houd wel erg van dit land.”
Matt Cameron: “Ik kon me goed voorstellen dat de meeste Amerikanen pislink waren over de aanslagen, en het liefst zo snel mogelijk wraak wilden. Het sterke gevoel van patriottisme in die dagen is een goed defensiemechanisme.”
Jeff Ament: “Onze bedoeling, onder meer met het fanzine, is vooral het debat gaande houden. Onze invloed is verder niet zo groot.”
Stone Gossard: “Als wij bewust proberen om luisteraars te beïnvloeden met onze liedjes, schieten we gegarandeerd te kort.”
Vedder is echter overtuigd van de noodzaak van een nummer als Bu$hleaguer. Hij weet ook wel wat hij bij gelegenheid tegen George W. Bush zou willen zeggen: “Niet dat hij de suggestie zou overnemen, maar ik zou hem willen vragen om bij zijn beslissingen de stem van het volk te laten meewegen. Om de informatie bij de afwegingen te delen. Probeer ons geen angst aan te jagen, maar voel je verbonden met ons. En wees niet bevreesd voor je pappie.”

Twaalf jaar Pearl Jam. Bandleden die de veertig naderen. “Rock ‘n’ roll is a young man’s game”, luidt het credo van Matt Cameron. Aan stoppen willen de bandleden nog niet denken. Eddie Vedder: “Ik kan me zo voorstellen dat ik over een paar jaar liever zittend akoestische liedjes speel. Een waardiger manier om oud te worden in de muziek dan, zoals Aerosmith’s Steven Tyler, je op je zestigste nog in leggings te hijsen. En ik ga er niet bij zitten omdat ik dan slecht ter been zou zijn, maar om diepere emoties te vertolken. Van de andere kant ben ik nog niet bereidt om dat hoge-snelheidstrein gevoel dat ik krijg als de versterkers loeien, op te geven.” Met een lachje: “De neiging om op die momenten van lichtrekken boven het podium af te springen, kan ik inmiddels heel goed onderdrukken.”

Marcadores: , , , , , ,

quinta-feira, janeiro 30, 2014

Lieve Anita,

Dit stuk verscheen twee jaar terug in de Vara Gids, en ik ben er nog altijd trots op:

Lieve Anita,
Tot mijn grote vreugde zag ik dat je meedoet aan het Tros-programma De beste zangers van Nederland. Wel gek dat de meervoudsvorm is gebruikt in de titel, want de overige deelnemers horen bepaald niet tot the upper echelon.

Do? Een lichtgewicht dat al jaren teert op de hit die ze als inhuurzangeresje scoorde met een Bryan Adams-cover. George Baker? Was kortstondig cool omdat Quentin Tarantino een liedje van ‘m in een van zijn films gebruikte, maar draait inmiddels gewoon weer die paloma blanca van ‘m schor de nek om. Xander de Buisonjé? Schrijver van de tekst ‘Wie kent het weekend, wie kent het weekend, het weekend niet’. I rest my case. Glennis Grace? Fenomenale stembanden, zeker. Maar hoe kan een voormalig Songfestival-deelneemster nu concurrentie zijn? Aan Wolter Kroes moeten zo weinig mogelijk woorden worden vuilgemaakt, en als wij thuis in een dipje zitten, zoeken we naar het fragment waarin rapper Lange Frans zich een opera-zanger waant. Peter Koelewijn? Geen grappen over Peters verdienste voor de Nederlandstalige rock. Maar zoals John Strausbaugh terecht schreef in zijn boek Rock Til You Drop: ‘Rock zou niet gespeeld mogen worden door vijftigplussers met dubbele kinnen en haarstukjes, die doen alsof ze nog altijd opgewonden raken van de liedjes die ze drie decennia geleden schreven.‘ Jij bent je wat dat betreft veel beter bewust geweest van je publiek. Een recente hits-compilatie is uitgegeven door het kwieke bejaardenblad Plus. Je hebt een theatertournee gedaan met het orkest van de Koninklijke Luchtmacht. Je hebt in musicals gezongen. Goed, er was wel een nasty echtscheiding een paar jaar terug. Maar toch ben je altijd het levende harmoniemodel geweest. Niet slempen, niks snuiven, je liet de muziek spreken.

Je staat wel op Mokkels.nl, wist je dat? Dat is een site met plaatjes, veelal ‘caps’ van televisieprogramma’s, waarin meisjes en dames (er wordt niet aan leeftijdsdiscriminatie gedaan) in diverse stadia van ontkleding te zien zijn. In jouw geval betreft het foto’s waarop je een beetje blote jurk aan hebt, en shots waarin de guitige AT5-nicht Frank Awick ongegeneerd loert naar je boezem in een strak T-shirt. Geen zorgen: ook dit blijft allemaal binnen betamelijke grenzen. En zeg nou zelf, ongegeneerd geil ben je nooit geweest. Als je naar oude YouTube-filmpjes kijkt, krijg je vooral de indruk dat je de jonge Dolly Parton als stijlicoon had, maar nooit echt durfde om haar adagium ‘het kost heel wat om er zo goedkoop uit te zien’ in de praktijk te brengen. Verzorgd, dat ben je nog, dat was je toen ook al. Op de nummers die Hans Vermeulen voor je schreef heeft de tand des tijds geen vat gekregen. Als je in de Laurel Canyon bij Los Angeles had gewoond, had Leo Blokhuis liedjes als The Hurtin’ Does Not Go Away of Just a Desillusion zo op zijn Sounds of the Westcoast-box kunnen zetten. Mooie koortjes, lekker veel elektrische piano en een weemoedige tekst die teder en inlevend wordt gezongen. Liedjes waar Ilse DeLange nu nog een moord voor zou doen. Jammer dat je vroege platen zo beroerd te krijgen zijn. Waar Amerikaanse collega’s als pakweg Linda Ronstadt op platforms als iTunes en Spotify eenvoudig en uitgebreid is terug te vinden, daar tref je van jou alleen een suffige hits-compilatie. En die veel te gepolijste plaat die je met het Metropole Orkest hebt gemaakt. Jammer. Veel meer mensen, vooral jongeren, moeten eenvoudiger kunnen horen hoe goed je liedjes van toen nog altijd zijn.

Er zit wel een braampje aan je, een randje. Al heb je dat zelf misschien niet zo in de gaten. En dan bedoel ik niet de lastig te weerleggen theorie dat je hit The Alternative Way over anale seks gaat. Nee, neem nou je klapper Why Tell Me Why. De Limburgse band Dead Punk Society nam er ooit een gierende versie van op. Tegen het einde, als de gillende gitaren wegsterven, roept zanger Kevin in het plat Maastrichts iets over je wat ik hier niet zal vertalen, maar letterlijk nogal beneden de gordel is. Dat maak je toch maar los, Anita. En ken je die disco-remix van Why Tell Me Why? Nee, ik bedoel niet die spuuglelijk trance-verbouwing van Offer Nissim, maar die lekker l-a-n-g opgerekte versie van de Belgische specialist Villa. ‘Anita’ heet zijn remix en is eenvoudig te vinden online. Aan het intro lijkt geen eind te komen. En als de dikke strijkers dan ein-de-lijk invallen, voelt dat als een, ja, orgasme. En dan die klimmende gospelkoortje er overheen - er gaan er voor minder op de knieën. Ik zie het Lee Towers niet meer voor elkaar boksen hoor.

Ik ga naar je kijken bij de Tros, Anita. Zing je dan nog ‘s The Hurtin’ Does Not Go Away voor me? Of Reckless: ‘Tell every one your mine, step out of line, recklessly’. Dikke kus,
Guuz

Marcadores: , , ,